Corporate 03/03/2015

Achtergrondinformatie bij persconferentie 'De groepsverzekering in een lagerente-omgeving'

Tijdens zijn jaarlijkse persconferentie, gaf AG Insurance - marktleider in groepsverzekeringen – duiding bij en zijn visie op de huidige discussie rond de gewaarborgde rentevoet in groepsverzekeringen.






De markt van de ‘tweede pijler’ in België


- De Wet op de aanvullende pensioenen (WAP) verplicht de werkgever om een rendementsgarantie te bieden op premies die gestort worden in het kader van een “vaste lasten”- plan. De werkgever kan het beheer van zijn pensioenbelofte toekennen aan een verzekeraar of aan een pensioenfonds.
- 99% van de werkgevers in België vertrouwt het beheer van zijn extralegaal pensioenplan toe aan een groepsverzekeraar.
- De verzekerde plannen vertegenwoordigen 78% van alle technische provisies die opgebouwd zijn in het kader van de tweede pijler.
- Het merendeel van deze provisies wordt geïnvesteerd in « Tak 21 » producten, producten met een gegarandeerd rendement.



De contractuele verplichtingen van AG Insurance


Bij elke rendementswijziging (4,75 % tot 2000, 3,25 % tot 2012, 2,25 % tot 2014) bepalen de contractuele verplichtingen van de verzekeraar dat de opgebouwde reserves blijven genieten van de op dat moment geldende rendementen tot het einde van het contract (pensioenleeftijd).
Sommige verbintenissen gaan nog verder en garanderen zelfs een rendement op premies die nog gestort moeten worden in de toekomst.
Alle contractuele verplichtingen die AG Insurance in het verleden is aangegaan, zijn perfect afgedekt dankzij de cash-flow matching techniek, op basis van een kwaliteitsvolle investeringsportefeuille die vooral bestaat uit langetermijnobligaties. Deze techniek maakt het mogelijk om de aangegane verplichtingen te vrijwaren van de evolutie van de financiële markten. Dit impliceert ook dat de garanties op toekomstige stortingen op regelmatige basis zullen worden aangepast in functie van de situatie op de financiële markten op lange termijn. Dit beantwoordt bovendien ook aan de vereisten van de prudentiële controleautoriteiten (Nationale Bank van België).



De verplichtingen van de werkgever in het kader van de wet op de aanvullende pensioenen (WAP)


In zijn huidige vorm verplicht de WAP de werkgever een rendementsgarantie te geven van 3,25% op de werkgeverspremie en 3,75% op de werknemerspremie wanneer de pensioenbelofte van het type “vaste lasten” is.
Wanneer het contract bij pensionering, uitdiensttreding of het stopzetten van het pensioenplan een rendement heeft gehaald dat lager ligt dan de rendementsgarantie voorzien door de WAP, moet de werkgever het verschil zelf bijpassen.
Minister van Pensioenen Bacquelaine heeft aan de Nationale Arbeidsraad (NAR) gevraagd om het bestaande garantiemechanisme aan te passen aan de realiteit op de financiële markten evenwel zonder te raken aan de aantrekkelijkheid van de tweede pijler voor de werkgever. Dit stemt overeen met het regeerakkoord waarin de veralgemening en de uitbreiding van de tweede pijler vermeld staan.



Jaarresultaten 2014 – enkele markante cijfers


 • Premieincasso :   5,85 miljard EUR
   Niet-leven:   1,89 miljard EUR
   Leven:    3,96 miljard EUR
- Tak 21:    2,47 miljard EUR
- Tak 23:    0,41 miljard EUR
- Employee Benefits:  1,08 miljard EUR
Nettoresultaat:   522 miljoen EUR
Combined ratio Non-life :  101,2%
Beheerde activa Leven:  57,6 miljard EUR
- Tak 21:   50,9 miljard EUR
- Tak 23 :     6,7 miljard EUR
Marktaandeel:
- Niet-Leven:   16,6%
- Leven:    27,7%
Solvabiliteitsratio:  210 %


Foto’s
  • building-exterior-225x150