Corporate 04/12/2018

Belg te optimistisch over zijn inkomen na ziekte of ongeval

Vlerick enquête wijst op grondige overschatting van wettelijke vergoedingen bij arbeidsongeschiktheid


Twee werknemers op drie overschatten de vergoedingen die ze het eerste jaar van een arbeidsongeschiktheid zouden ontvangen vanwege de sociale zekerheid.
Bovendien verwachten 8 op 10 werknemers dat ze in geval van arbeidsongeschiktheid op hun levensstandaard zullen moeten inboeten. 1 op 3 denkt zelfs in de financiële problemen te  komen.
Een verzekering tegen inkomensverlies wordt dan ook algemeen als nuttig ervaren. Meer dan 9 werknemers op 10 zouden het sterk waarderen indien hun werkgever een verzekering gewaarborgd inkomen zou aanbieden binnen het totale verloningspakket.
Ondanks die grote vraag biedt slechts een minderheid van de werkgevers een dergelijke verzekering aan.  

Zwangerschapsrust, een burn-out, een zware ziekte of een ongeval … allemaal redenen om een tijd arbeidsongeschikt te zijn. Maar wat zijn de financiële gevolgen? En wat is de rol van de werkgever in dit verhaal? In samenwerking met AG Insurance voerde Vlerick Business School recent een onderzoek naar de manier waarop loontrekkenden in de privésector en contractuele ambtenaren het risico op arbeidsongeschiktheid inschatten. Professor Xavier Baeten peilde naar de persoonlijke ervaringen en verwachtingen van werknemers omtrent arbeidsongeschiktheid en de rol die zij daarbij zien weggelegd voor de werkgever.
 

Werknemers overschatten de wettelijke uitkering tijdens arbeidsongeschiktheid


Wie al eens arbeidsongeschikt is geweest, kent maar al te goed de inkomensterugval. De eerst maand betaalt de werkgever doorgaans nog het volledige loon uit. Tenzij het om een arbeidsongeval gaat, valt de uitkering van de sociale zekerheid vanaf de tweede maand echter al terug tot 60% van het brutoloon. Het Vlerick-onderzoek toont aan dat maar liefst 2 op 3 werknemers deze uitkering te hoog inschatten. In sommige gevallen ligt de reële uitkering het eerste jaar tot 50% lager dan wat men verwacht te zullen ontvangen. Ook voor de uitkeringen na 1 jaar overschat nog steeds 55% van de werknemers het bedrag.
Vooral het feit dat er een maximum uitkering is, blijkt niet gekend te zijn. Voor het berekenen van de vergoeding wordt immers rekening gehouden met een geplafonneerd maandelijks brutoloon van ongeveer 3.700 euro, alles erboven wordt niet in rekening gebracht. Op deze manier neemt het inkomensverlies stelselmatig toe naarmate het slachtoffer meer verdient dan 3.700 euro per maand.
 

De wettelijke uitkering zou de huidige levensstandaard bedreigen


Werknemers zijn zich wel degelijk bewust van het risico op arbeidsongeschiktheid, leert de enquête. Niet minder dan 60% van de ondervraagden verwacht dat hij of zij in de loop van zijn carrière ooit geconfronteerd zal worden met een periode van arbeidsongeschiktheid. 
Ook over de financiële implicaties van een arbeidsongeschiktheid, zijn de meeste Belgen niet echt optimistisch. 8 op 10 van de ondervraagden denkt dat enkel de wettelijke uitkering niet zou volstaan om de bereikte levensstandaard te garanderen. 1 op 3 geeft zelfs aan in dat geval in de financiële problemen te komen. Het gaat dan vooral om werknemers met een salaris onder het plafond van 3.700 euro.
 

Werknemers kijken naar hun werkgever


Meer dan 90% van de werknemers geven aan dat ze het sterk zouden appreciëren indien hun werkgever zou voorzien in een verzekering gewaarborgd inkomen, die de wettelijke uitkering bij arbeidsongeschiktheid aanvult met een maandelijkse rente. Zowat 55% van de werknemers beschouwt het zelfs als de verantwoordelijkheid van de werkgever om dit aan te bieden. Vooral werknemers met een salaris onder het Belgische gemiddelde waarderen dit soort beroepsgebonden verzekering het meest, wellicht omdat zij over onvoldoende reserves beschikken om een financiële tegenvaller op te vangen. 
De interesse onder werknemers is er dus alleszins: indien ze de keuze zouden hebben om zelf hun budget extralegale voordelen te verdelen, zou 94% van hen een deel reserveren voor een verzekering gewaarborgd inkomen.
 

Grote vraag, beperkt succes 


De grote vraag heeft zich echter nog onvoldoende vertaald in een adequaat aanbod. In het onderzoek geven slechts 4 op 10 loontrekkenden in de privésector aan dat ze in hun totale verloningspakket over een verzekering gewaarborgd inkomen beschikken. Bij contractueel ambtenaren daalt dit zelfs tot 13%. 

Professor Xavier Baeten: “Onze studie heeft enerzijds aangetoond dat mensen de wettelijke uitkering bij arbeidsongeschiktheid overschatten en anderzijds dat zij, als hen iets overkomt, ervan uitgaan dat ze aan levensstandaard zullen inboeten. Als je daarnaast weet dat veel mensen niet over een aanvullende verzekering beschikken, is het duidelijk dat in deze problematiek nog heel wat potentieel ligt voor werkgevers die voor hun personeel ook een “caring employer” willen zijn”.
 

Jean-Michel Kupper, Managing director AG Employee Benefits/Health Care,
voegt hieraan toe:
“Bovendien blijkt in de praktijk dat het nog altijd vooral de hogere functies zijn die over een dekking Gewaarborgd inkomen beschikken. En dit terwijl het maatschappelijk belang ervan steeds duidelijker wordt, onder andere omdat ze - via de bijhorende zorgverlening voor psychische aandoeningen zoals burn-out - ook actief kan bijdragen aan een versneld herstel en terugkeer naar de arbeidsmarkt.”



1 Online enquête uitgevoerd van 7 tot 26 september 2018 in opdracht van Vlerick Business School en AG Insurance, 1984 respondenten. Mediapartners:  De Standaard en La Libre Belgique 

Foto’s
  • Xavier Baeten2-jpg